Dit zijn platen met een breedte die kleiner is dan de standaardbreedte. De mogelijke breedte wordt door HEBEL bepaald. Zij zal echter nooit minder dan 300 mm bedragen.
b Schuine platen
Voor de schuine platen dient men rekening te houden met een resterende hoek van min. 45°.
c Versterkte platen (openingen en uitsnijdingen)
Openingen en uitsnijdingen mogen nooit 1/3 van de plaatbreedte overschrijden. Dergelijke platen zijn voorzien van een supplementaire wapening. Zelfs wanneer de openingen of uitsnijdingen op de werf worden aangebracht, dient vooraf de exacte plaats en afmeting te worden opgegeven, teneinde deze supplementaire wapening te kunnen voorzien.
d Lateiplaten
Wij kunnen onze wandplaten voorzien van een supplementaire wapening teneinde deze als latei boven deur- en raamopeningen te kunnen gebruiken. Wanneer raam-, deur- en poortopeningen groter zijn dan 1/3 van de bovenliggende plaatlengte, dienen alle platen boven deze openingen lateiplaten te zijn. Uiteraard dienen deze platen op hun uiteinden te dragen. De oplegdruk is beperkt tot maximum 0,4 N/mm2 voor de kwaliteitsklasse CC 4/600 en 0,3 N/mm2 voor kwaliteitsklasse CC 3/500.
Om economische en praktische redenen raden wij aan bij het ontwerpen van een project rekening te houden met de volgende opmerkingen: - zoveel mogelijk de speciale platen vermijden. - de openingen of uitsnijdingen, die niet te vermijden zijn, ter plaatse uitvoeren. Zodoende wordt het gevaar voor verschillen tussen theorie (plan) en praktijk (werf) tot een minimum herleid. - zoveel mogelijk hetzelfde type platen definiëren vergemakkelijkt de uitvoering aanzienlijk.