Vooreerst volgen hierna een aantal praktische tips voor de verwerking van YTONG blokken. Om gemakkelijk en vlot te werken en een richtsnoer op de gewenste hoogte te kunnen spannen is het aangeraden hoekprofielen te gebruiken. Wanneer men een gevelsteen wenst kan een profiel geplaatst worden dat voldoende breed is, zodat zowel voor het binnenspouwblad als voor het buitenspouwblad een meetsnoer kan gespannen worden. Het werk dat besteed wordt aan het plaatsen van deze profielen zal in de verdere afwerking van het gebouw ruimschoots teruggewonnen worden. Vervolgens wordt de eerste laag blokken in een mortelbed geplaatst, zodanig dat de bovenkant van de blokken volledig pas is. Toevoeging van YTONG-ADD aan de mortel is noodzakelijk. Het mortelbed moet over de volle breedte van de laag gelegd worden, zodat de blokken met hun ganse oppervlak op dit mortelbed rusten. Het nauwkeurig aanzetten van de eerste laag is van het allergrootste belang, dit om de juiste maatvoering verder te kunnen handhaven. De tweede rij blokken mag slechts geplaatst worden nadat het mortelbed van de eerste rij blokken voldoende uitgehard is om te vermijden dat de eerste rij zou wegzakken. Men raadt aan om de tweede rij de volgende dag te plaatsen. De binnenwanden kunnen terzelfdertijd of eventueel later aangezet worden. Vanaf de tweede rij mag men muur per muur hoger optrekken.
Onder lijmwerk verstaat men het toepassen van een lijmspecie om metselwerk met dunne voegen (2 à 3 mm) te bekomen. Deze lijmmortel heeft specifieke eigenschappen en wordt door YTONG geleverd. Het is een product in poedervorm, gebroken wit van kleur.
Klaarmaken: per zak YTOCOL van 25 kg dient 5 à 7 liter water te worden toegevoegd (zie verpakking). Om het mengen te vergemakkelijken en te verbeteren wordt best een menger gebruikt (hulpstuk in een traaglopende boormachine te plaatsen). De juiste vloeibaarheid van de lijmmortel kan bepaald worden door met een truweel een diepe gleuf te trekken in de gemaakte lijm. Blijft de gleuf open, dan dient de lijm verder aangelengd te worden. De lijm is goed verwerkbaar als de gleuf juist niet volledig dichtloopt.
Bruikbaarheid: De lijm is gedurende ongeveer 8 uur bruikbaar. Wanneer tijdens het verwerken de lijmmortel neiging vertoont tot uitdrogen - in het bijzonder bij zeer warm weer - moet er water aan toegevoegd worden.
Opslag: De lijm wordt in papieren zakken geleverd en moet zoals cement beschut worden tegen vochige weersomstandigheden.
Vorst: Wanneer het oppervlak der blokken bevroren is, mag de lijm niet meer worden gebruikt. Er mag ook niet gelijmd worden bij temperaturen beneden 0°C, noch mag er aan de lijm iets worden toegevoegd. Bij risico op vorst moet het pas uitgevoerde metselwerk zoals algemeen gebruikelijk worden beschermd tegen directe bevochtiging door regen of sneeuwval. Bij gelijmde blokken wordt de lijm gelijkmatig uitgestreken, op de platliggende zijde van de reeds geplaatste blokken om zodoende dichte voegen te bekomen van ± 2 mm. Dit moet gebeuren met een lijmkam. Deze goed gevulde, dunne voegen geven een maximum aan isolatie. De blokken met tand- en groefprofiel op de kopse kanten worden vertikaal niet verlijmd. Daar waar blokken op de kopse kanten niet door een tand- en groefprofiel verbonden worden (gladde blokken, op de werf verzaagde blokken en in hoekverbindigen, dient er zowel horizontaal als vertikaal gelijmd te worden. Ingeval een blok met tand aansluit op een vlakke kant moet de tand verwijderd worden en de vertikale voeg verlijmd worden. Bij gladde blokken wordt er zowel horizontaal als vertikaal gelijmd. Tijdens het aankloppen van de blokken met een gummihamer, en dit zowel op de bovenzijde als op de kop, moet de lijm lichtjes uit de voegen geperst worden. Bij het afstrijken van deze lijm bekomt men dichte voegen. Bij het plaatsen van de blokken wordt steeds met het waterpas gecontroleerd zowel in verticale als horizontale richting. Voor de controle op de vlakheid van de muur wordt gebruik gemaakt van een rechte lat. Indien bij het verwerken een verschil ontstaat aan de bovenkant van de blokken, moet dit eerst weggewerkt worden vooraleer de volgende laag te plaatsen. Dit gebeurt met een blokkenrasp. Stofrestjes worden zorgvuldig weggeveegd vooraleer de lijmmortel aan te brengen. Blokken die door onvoorzichtige behandeling gebroken zijn of waarvan hoeken afgestoten zijn, worden op maat gezaagd om zodoende het verlies aan blokken tot een minimum te beperken. Bij het op maat zagen is het belangrijk de blokken keurig af te tekenen en haaks te zagen. Het zagen moet gebeuren met een zaag voorzien van widiatanden, hetzij met de hand hetzij elektrisch. De blokken mogen nooit gekapt worden. De vertanding dient tenminste de blokdikte te bedragen, met een minimum van 100 mm.
Murfor
Murfor is een geprefabriceerde wapening die in de horizontale voegen van het metselwerk wordt gelegd. Bij lijmwerk wordt gebruikt gemaakt van het type EFS/Z (plat en vuurverzinkt). Toepassing van MURFOR voegwapening Murfor voegwapening wordt voorzien in onderstaande gevallen:
A Lange wandsecties tussen bewegingsvoegen Indien in bepaalde lagen voegwapening wordt geplaatst kan voor lange muren de afstand tussen de uitzettingsvoegen vergroot worden.
De waarden in de tabel zijn geldig voor muren die geen openingen en spanningsconcentraties vertonen. Voor deze gevallen dient men de voorschriften hierna beschreven te vervullen.
B Versteviging ter plaatse van hoeken en rond openingen voor deuren en vensters Wanneer in een muur openingen voorkomen, dan zal men voegwapening voorzien in de lagen onder en boven de opening.
C Ringbalken In sommige gevallen kan een ringbalk vervangen worden door een aantal opeenvolgende lagen voegwapening te plaatsen.
D Muren op doorbuigende platen of balken Om te verhinderen dat een scheidingswand de beweging van de doorbuigende vloerplaat (of balk) zou volgen, met kans op scheurvorming, dient hij als zelfdragend op te treden.Daartoe zal men de scheidingswand los maken van de draagvloer (of balk) door het tussenbrengen van een houten lat (op een houten vloer), een PE-folie of kunststofprofiel (op een betonnen vloer). In de onderste 4 lagen kan men voegwapening aanbrengen in elke laag ; erboven kan volstaan worden met wapening alle 2 lagen. Voor specifieke gevallen m.b.t. het gebruik van voegwapening raden wij u aan om onze technische dienst te raadplegen.
Plaatsing van voegwapening De plaatsing van de Murfor voegwapening EFS/Z gebeurt als volgt:
de blokken worden over de ganse lengte van de wapening bestreken met lijm;
de Murfor voegwapening wordt erin geplaatst en goed aangedrukt;
voor het plaatsen van de volgende laag blokken wordt de Murfor voegwapening nogmaals overstreken met lijm, zodat een goede hechting van de blokken verzekerd wordt.
Overlappingen gebeuren door de wapeningen naast elkaar te leggen over minimum 250 mm. De wapeningen mogen in geen geval op elkaar geplaatst worden, dit wegens de beperkte voegdikte (3 mm) Indien de overlappingen in verschillende direct onder elkaar liggende lintvoegen voorkomen, dan moet men deze verspringend aanbrengen om te vermijden dat ze in éénzelfde vertikaal vlak liggen. Opdat de Murfor voegwapening bij de kruising van twee muren continu zou kunnen doorgaan, is het nodig Murfor hoekstukken te gebruiken. Het zijn voorgeplooide hoekstukken 500 x 500 mm. In geen geval mogen de wapeningen op elkaar worden gelegd.
Om praktische redenen (vermijden van verschillen in hoogte van de lijmlagen) zal men de voegwapening telkens rondomrond in alle muren doorleggen.
Hulpmaterialen voor de verwerking
Om de blokken vlot en goed te verwerken en een stevige constructie te verwezenlijken, zijn volgende hulpmaterialen nodig:
geperforeerd gegalvaniseerd bandijzer
gegalvaniseerde nagels (gunnebo) zie B.6.1. (*)
roofing of PVC-folie
spouwhaken (enkel bij spouwmuren)
zaag met Widia-tanden (*)
truweel
lijmkam (*)
rubberen hamer (*)
blokkenrasp (*)
schietlood
waterpas
rechte lat van ongeveer 2,5 m
traaglopende boor met mengstuk (*) voor het aanmaken van de lijmmortel
rechthoekige lijmkuip (*)
snijschaar (bij gebruik van MURFOR voegwapening)
schuurplank (*) voor zichtbaar metselwerk
reparatiemortels YTONG-FILL en Ausbesserungsmortel (*)
sleuventrekker (*)
boor van 60 mm of 80 mm (*) voor maken van openingen voor elektriciteitsdozen