Fundamenteel dienen we voor de geluidsisolatie van constructie-elementen onderscheid te maken tussen luchtgeluid en contactgeluid. Wil men de bewoners van een gebouw een goed akoestisch comfort geven, dan moeten de nodige maatregelen worden getroffen, zowel tegen luchtgeluid als tegen contactgeluid.
luchtgeluid : geluid afkomstig van een bron die rechtstreeks de lucht in trilling brengt, bvb. radio, televisie, stemmen, ...
contactgeluid : geluid afkomstig van een bron die eerst een constructiedeel (wand of vloer) in trilling brengt, waarbij dit geluid zich verder voortplant in de constructie en in een andere ruimte lawaai afstraalt, bvb. voetstappen op vloeren of trappen, ...
Onder geluidsisolatie verstaat men het verminderen van de geluidsoverdracht van een ruimte naar een andere.
De geluidsisolatie wordt uitgedrukt in decibel (dB). Naast isolatieproblemen zijn er ook andere akoestische problemen, bvb. nagalm. Wanneer de geluidsgolven die op een wand invallen, zal een gedeelte van het geluid gereflecteerd en de rest geabsorbeerd of doorgelaten worden.
Geluidsabsorptie
De geluidsabsorptiecoëfficiënt α van een wand wordt gedefinieerd als: α = doorgelaten + geabsorbeerde geluidsenergie/ invallende geluidsenergie α = 1 betekent dat alle geluiden worden geabsorbeerd of doorgelaten. α = 0 betekent dat alle geluiden worden gereflecteerd.
De grootte van de coëfficiënt α (geluidsabsorptiefactor volgens Sabine) hangt af van de frequentie van het invallende geluid en de oppervlaktestructuur van het constructie-element. Nagalm ontstaat in een ruimte naargelang het invallend geluid wordt gereflecteerd en in mindere mate wordt geabsorbeerd. De geluidsabsorptie van een bouwelement verhindert de nagalm van geluid binnen een ruimte. Als alle geluidsenergie perfect wordt geabsorbeerd is de waarde van deze coëfficiënt 1. De geluidsabsorptie kan worden bepaald volgens NBN S 01-009. Door het meten van de nagalmtijd T en de formule van Sabine kan de absorptie worden berekend. Dankzij de opencellige oppervlaktestructuur is de geluidsabsorptie van YTONG 5 tot 10 keer groter dan die van gladde, 'geluidsharde' materialen. Uit proeven blijkt dat onbehandeld YTONG C3/05 tot 25 % van het geluid absorbeert in de hoge frequenties.
Luchtgeluid
De doorgang van luchtgeluid kan bepaald worden door meting van de geluidsdruk in de zend- en ontvangstruimte. Wanneer de meting in een labo gebeurt definieert NBN S 01-005 de geluidsverzwakkingsindex R voor luchtgeluid. Dit is een genormaliseerde waarde waarbij rekening is gehouden met de oppervlakte van de scheidingswand en de absorptiekarakteristieken van de zend- en ontvangstruimtes. Wanneer de meting "in situ" plaatsvindt wordt volgens NBN S 01-006 gesproken over de genormaliseerde bruto akoestische isolatie Dn voor luchtgeluid. Uitgaande van de metingen van R of Dn in de verschillende frequenties, kan volgens NBN S 01-400 de categorie I, II, III of IV met indices a en b bepaald worden. Voor enkelvoudige wanden geldt voor de geluidsverzwakkingsindex R :
Isolatie tegen luchtgeluid in gebouwen
Een wand is meestal samengesteld uit verschillende onderdelen (deuren, ramen, betonnen kolommen, leidingen enz.). In de beoordeling van een wand met een dergelijke samenstelling is er een fundamenteel verschil tussen geluidsisolatie en warmte-isolatie. Evenals bij warmte-isolatie is de luchtgeluidsisolatie van een wand natuurlijk afhankelijk van de isolerende eigenschappen van de samenstellende delen. Bij de warmte-isolatie wordt het isolatieniveau van een bouwelement bepaald door het gemiddelde van de waarden van de verschillende delen, gemeten over hun aandeel in het totale Oppervlak. Dat is niet het geval bij geluidsisolatie ! Bij geluidsisolatie wordt het isolerend vermogen benaderd door deze van het zwakste element (deuren, vensters, ingewerkte buizen,…). Bij warmte-isolatie helpt elke m2 isolatie, bij geluidsisolatie geeft het zwakste onderdeel de doorslag. Wil men een goed akoestisch comfort, dan is het van belang reeds in de planningsfase hiermee rekening te houden. Het dus uiterst belangrijk om in de woning te zorgen voor een oordeelkundige schikking van de geluidsarme ruimten (slaapkamers, woonkamer) en de geluidsintensieve ruimten (keuken, traphal, sanitaire ruimten). In rijwoningen en flatgebouwen dient men daarnaast bij de keuze van de indeling ook nog rekening te houden met de woningscheidende wanden (en vloeren). Voor de muren zal in deze gevallen meestal geopteerd worden voor een ontdubbelde constructie bestaande uit 2 spouwbladen gescheiden door een soepele tussenlaag (bvb. lucht).
In een eengezinswoning is het gebruik van enkelvoudige binnenmuren van 10 of 15 cm YTONG ruim voldoende voor wat de luchtgeluidsisolatie tussen kamers betreft. Door toepassing van YTONG in de buitenmuren en in het dak kan ook daar een uitstekende isolatie t.o.v. buitenlawaai (verkeer, vliegtuigen,...) bekomen worden.